Paul vertelt...

 

het thuisfront vertelt

 

Wij zijn al maanden druk met de voorbereidingen bezig en zouden bijna vergeten dat onze reis ook voor de mensen in onze directe omgeving een impact heeft. Daarom stellen we een tiental vragen aan onze ouders, zus en broer, nichtje en neefje en enkele goede vrienden.

 

1. Als je aan Afrika denkt, welke drie dingen komen dan als eerste in je op?

Wilde dieren, veel culturen en de schitterende, veelzijdige natuur worden het meest genoemd. Liesbeth, de zus van Kathleen, weet het wat mij betreft in twee woorden te vangen: ‘Als ik aan Afrika denk, zie ik een hartverwarmende chaos voor me.’ Het doet me goed dat onze omgeving er toch wat luchtiger naar kijkt dan ikzelf.  Net zoals bij de vorige reis naar Singapore zie ik, nu het besluit genomen is, vooral veel beren op de weg.

 

2. Wat vind je ervan dat we naar Afrika gaan?

Zodra we het onderwerp ‘Afrika’ ter sprake brengen bij de ouders van Kathleen, beginnen de ogen van haar vader te stralen. Hij heeft tot zijn 14e in Belgisch Congo gewoond en dat waren volgens eigen zeggen de mooiste jaren van zijn leven. Hij vindt het geweldig dat we naar Afrika gaan. ‘Ik gun jullie van harte dat jullie hetzelfde mee mogen maken als ik. De gastvrijheid, de vrolijkheid, de hutjes, die als je er goed naar kijkt, heel ingenieus en vindingrijk in elkaar zitten.’ Hij gunt ons zelfs een begrafenis. Kathleens moeder haast zich eraan toe te voegen: ‘Wel van iemand anders, hoor!’

‘Een begrafenis’ gaat Kathleens vader verder ‘bestaat uit 1 dag rouwen vanwege het verlies, maar wordt gevolgd door 2 dagen feesten om de boze geesten te verdrijven. En weet je wat het mooie is?’ vraagt hij vooral in mijn richting. ‘Alle vrouwen van het dorp dansen topless!’ Zijn ogen beginnen nog meer te fonkelen. Ik vraag welk dorpje dat precies was. Sommige informatie is nu eenmaal essentieel om een reis als de onze te kunnen volbrengen.

 

3. Wat vind je ervan dat we op de fiets gaan?

Hierover is iedereen eensgezind. Niemand had anders verwacht. Mijn broer licht het nog wat toe: ‘Het is reizen met een minimale footprint, je toont betrokkenheid bij waar je bent en het is voor mensen laagdrempelig om met jullie in contact te komen. Dat past helemaal bij hoe ik jullie ken.’

4. Wat denk je dat het mooiste is aan onze reis en wat is het grootste gevaar?

Het zijn twee verschillende, complementaire vragen, maar de antwoorden blijken verrassend vaak overeen te komen.

Zo denkt Chris, een goede vriendin van Kathleen, dat het onbekende het mooiste is dat we gaan tegenkomen: ‘vreemde gewoontes, onverwachte ontmoetingen en bijzondere rituelen.’ Mijn vader noemt datzelfde onbekende juist het grootste gevaar: ‘Je weet nooit hoe je de mensen, de dieren en het klimaat moet inschatten. Maar ik ben blij met de manier waarop jullie reizen. Op de fiets zal je echt contact moeten maken met de lokale bevolking. Dat geeft jullie bescherming.’ 


En daar blijft het niet bij. De enorme verscheidenheid aan landschappen, de big five en de verschillende culturen komen ook voorbij als we het over de mooiste aspecten van de reis hebben. Maar diezelfde antwoorden worden ook gegeven bij de grootste gevaren, zij het dat er iets andere termen voor gebruikt worden: de uitgestrekte woestijnen en savannes zonder water, beschutting en hulp, de wilde dieren die ook buiten de reservaten leven… ‘Beseffen jullie dat wel?’ En de rebellerende mensen en stammentwisten. Zelfs koppensnellers horen we fluisterend voorbijkomen…. 

Chris vat de twee vragen, waarschijnlijk zonder te beseffen, samen tot één antwoord: ‘Als grootste gevaar zie ik dat jullie zo verliefd worden op dat continent dat jullie niet meer terugkomen.’ Ik moet even glimlachen. Als dit het grootste gevaar is dat we gedurende onze reis tegen gaan komen, dan kan ik daar prima mee leven.

5. Wat denk je dat we tijdens de reis het meest zullen missen?

Anouk, een nichtje van Kathleen, is hier heel stellig in. ‘Dat kunnen alleen maar Belgische frietjes zijn.’ Toevallig gaan Kathleen en ik die avond uit eten. Ik kan het niet laten om een gerecht met Belgische frietjes te bestellen. Waar ik er normaal wel een paar tegelijk aan mijn vork rijg, eet ik ze nu een voor een heel bewust op. Anouk zou zo maar eens gelijk kunnen hebben.

Toch is er naar ik verwacht nog 1 aspect dat ik nog meer ga missen. Zowel Jochem, een goede vriend van mij, als Wouter, een goede vriend van Kathleen, beginnen daarover. 


'Ik verwacht dat je vooral de sanitaire voorzieningen zal missen.' Dat is inderdaad een van mijn grootste angsten. Ik vind het heerlijk om ’s avonds na een lange dag fietsen even onder een douche te kunnen stappen. Geen probleem als die douche steenkoud is of desnoods uit een riviertje bestaat, maar je kunt me heel gelukkig maken als ik even alle stof en zweet van die dag kan afspoelen…

Als ik bij de GGD ben voor de noodzakelijke vaccinaties, wordt mij verteld om uit te kijken voor zoet water. ‘Daar kunnen wormpjes in leven die door je huid naar binnen dringen.’ Bij de volgende afspraak vraag ik of ik me wel gewoon kan wassen in een stromend riviertje. ‘Nee, dat is immers ook zoet water,’ is het antwoord. ‘Maar kan ik me dan wel met een washandje wassen?’ De arts kijkt me meewarig aan. ‘Nee, ook dat kan niet; het blijft zoet water.’ Tot slot helpt ze me nog even uit mijn laatste droom… Eentje waarvan ik zelf nog niet eens besefte dat ik die had. ‘In Malawi halen ze het douchewater direct uit de rivier.’ Ik besef wat er daarna komen gaat. ‘Dus daar moet je zelfs heel voorzichtig zijn als je onder een echte douche staat.’ Ik moet even slikken…

 

De vader van Kathleen kent zijn dochter het beste: ‘Wolken, jullie gaan wolken missen.’ Voor mij geldt dat niet zozeer; ik kan de zon zo erg waarderen dat ik in elke wolk, hoe klein ook, een bedreiging zie. Maar ik weet nog goed dat Kathleen op onze vorige reis in Oezbekistan, na een wolkeloze hemel van 4 maanden, een echt piepklein wolkje zag. Ze zat te stuiteren op haar fiets van geluk.

 

6. Wat moeten we zeker meenemen?

Hier komen vooral de praktische zaken naar boven: malariatabletten, een fototoestel, een zonnebril en zonneolie, warme kledij voor de koude woestijnnachten, een telefoon.

Jori, mijn neef en petekind denkt meer aan de momenten dat we het even moeilijk hebben. ‘Jullie moeten iets meenemen dat jullie echt aan Nederland en België doet denken en dat ze in Afrika niet hebben. Maar het mag natuurlijk niet te veel ruimte innemen en moet praktisch zijn en is het liefst meerdere keren te gebruiken... Eten moeten jullie altijd, dus zit ik in die richting te denken.’ Nadat een doos frikandellen door hem afgeserveerd wordt, weet hij het plotseling: ‘een pak pannenkoekenmix.’ 

 

7. Ons thema is: ‘Hoe kan Afrika ons inspireren’. Denk jij dat Afrika ons kan inspireren? Hoe?

Mijn moeder is ervan overtuigd dat Afrika ons kan inspireren: ‘de eenvoudige manier van leven en tevreden zijn met de dingen die je hebt, ook al is dat maar weinig. Daar zouden wij in het Westen nog veel van kunnen leren.’ De antwoorden van anderen liggen daar vaak mee in lijn. ‘De gemeenschapszin van Afrika, het voor elkaar zorgen, vrolijk zijn ondanks de gebreken, relativeren, de grote creativiteit en daarmee altijd weer tot oplossingen komen…’

 


Wouter en Chris, beiden werkzaam als therapeut, zijn benieuwd naar hoe de mensen in Afrika omgaan met verlangen, soberheid, eindigheid en de existentiële aspecten van het leven. ‘Hoe beleven die mensen verveling en eenzaamheid?’ Het zijn aspecten waar ik nooit op zou komen, maar besef dat wij op die vlakken waarschijnlijk veel van de Afrikanen kunnen leren. Ik neem me voor om ze in mijn achterhoofd te houden als we door Afrika fietsen, al besef ik dat ik nog even moet oefenen op de vragen die ik daarvoor moet stellen.

Mijn vader gaat niet zozeer op de vraag in, als wel op de gevolgen van deze vraag. ‘Ik denk dat het thema een sterk en goed uitgangspunt is en een leidraad zal zijn om verder te komen. Als je mensen serieus neemt en van hen wilt leren, interesse toont en hen als gelijkwaardige beschouwt, zullen ze je willen helpen om verder te komen.’

 

8. Zou je zelf zo’n reis willen maken? Waarom (niet)?

Anouk hoeft daar niet lang over na te denken. Ze is vorig jaar met haar zusje en ouders naar Zuid-Afrika geweest. ‘Het was mijn mooiste vakantie tot nu toe. De kinderen zijn daar zo blij en de safari’s… Dat zal ik nooit vergeten. Maar ik wil niet op de fiets, hoor!’.

Ook Jori’s ogen beginnen al te stralen nog voordat ik de vraag helemaal gesteld heb. Het is duidelijk dat hij ook het reizigersgen heeft meegekregen. ‘Ja, dat zou ik heel graag doen! Ik ben nog nooit in Afrika geweest, maar daar kan je allemaal dingen zien en vinden die je hier niet tegenkomt. Ik zou dat echt heel graag willen,’ benadrukt hij nogmaals.

 

Bij de rest van de mensen die we interviewen valt het tussen ‘ja, meteen als ik mijn leven hier thuis een jaar ‘on hold’ zou kunnen zetten’ tot ‘een heel veel grotere straf kan ik me niet bedenken.’ Ik ben in ieder geval blij dat de overgrote meerderheid zijn prioriteiten anders legt. Doordat maar weinig mensen daadwerkelijk op de fiets stappen, kunnen wij straks immers het authentieke Afrika ervaren.

 

9. Wat betekent het voor jou dat wij vertrekken?  

Juno, mijn nichtje van 8, komt even bij haar oudere broer zitten die ik aan het interviewen ben. Ik vraag wat het voor haar betekent dat wij een jaar vertrekken naar Zuid-Afrika. Ze houdt het kort. ‘Ik zie je toch bijna nooit, dus weinig’. Haar vader, mijn broer, begint te lachen. ‘Ja toch pap, dat is toch ook zo?’ Ik sta meteen weer met beide benen op de grond. Een paar weken later is ze jarig. Ik besluit er dit jaar wat extra aandacht aan te besteden…

De moeder van Kathleen verwoordt wat alle ouders in meer of mindere mate wel tussen de regels door zeggen: ‘Het gaat zeer doen. En tegelijkertijd moeten jullie het wel doen. Het is jullie grote droom en uiteindelijk leer ik er via jullie verhalen ook weer van.’

 

10. Wat vind je als thuisblijver prikkelend voor jezelf aan onze reis?

‘Het stimuleert enorm om nu meer over Afrika te gaan lezen en me er meer in te verdiepen, zowel via jullie blogs, als via de atlas, Wikipedia, boeken en internet’. Dit is de samenvatting van de meeste reacties.

 

Jochem, die momenteel met een professionele acteeropleiding bezig is, voegt eraan toe dat het feit dat we thuis ‘alles opgeven’ en het werk laten voor wat het is, hem ook inspireert. ‘Jullie volgen gewoon jullie hart.’ Ik weet dat dat aan de buitenkant wellicht zo lijkt, maar dat ‘gewoon’ hoort wat mij betreft niet helemaal thuis in die zin. Ik lig er regelmatig uren wakker van. Waar beginnen we aan? Schatten we de gevaren wel op de juiste manier in? Kom ik straks nog wel aan het werk als ik terug kom? Wat doe ik mijn omgeving en vooral mijn ouders aan?

Er zijn regelmatig momenten dat ik me terug wil trekken en lekker mijn gewone, fijne leventje hier wil voortleven. Maar als ik vervolgens de oefening in gedachten neem waarbij ik op mijn sterfbed terug moet kijken op mijn leven en moet zeggen waar ik trots op ben, dan besef ik dat ik dan heel graag zou willen kunnen antwoorden: ‘Onze fietstocht van Rotterdam door donker Afrika naar Kaapstad!’.